Als u symptomen ondervindt, moet u aandacht besteden aan het volgende en dit ook opschrijven.
Waar de symptomen optreden. Stelt u zich voor dat uw buik in vier delen is opgedeeld: bovenkant rechts, bovenkant links, onderkant rechts en onderkant links. In welk deel heeft u pijn, kramp of ongemak? Heeft u ook pijn in andere delen van uw lichaam, zoals uw voeten, handen, knieën of enkels? Verplaatst de pijn of het ongemak zich van het ene deel van uw lichaam naar het andere?
Hoe vaak de symptomen optreden. Treden uw symptomen dagelijks, wekelijks of maandelijks op? Zijn ze constant aanwezig of bijna constant? Is er een bepaald tijdstip op de dag wanneer u symptomen heeft, bijvoorbeeld na maaltijden of kort nadat u naar bed bent gegaan? Hoe lang houden uw symptomen aan?
Hoe hevig de symptomen zijn. Hoe hevig is uw pijn? Hoe zou u uw pijn beoordelen op een schaal van 1 tot 10, waarbij 10 de ergst denkbare pijn is? Waarmee kunt u uw pijn vergelijken? Hoe zou u de pijn beschrijven?
Of de symptomen afnemen of verergeren. Wat zorgt voor verlichting van uw symptomen? Rust, medicatie, ontspanning? Welke soort behandelingen hebben in het verleden goed gewerkt? Waardoor worden de symptomen erger? Misschien een bepaald soort voeding (melk, alcohol, kruiden) of een bepaalde activiteit?
